Nationaal Park De Meinweg is geologisch gezien van grote betekenis, door het voor Nederland unieke terrassenlandschap. Deze zijn goed zichtbaar door de drietal steile overgangen tussen de verschillende terrassen. Het totale hoogteverschil tussen de drie terrassen bedraagt 50 meter. Het Roerdal ligt 30 meter boven N.A.P. en het Beatrixplateau op 80 meter.

In De Meinweg zijn verschillende landschappen:

Beekdalen: het dal van de Boschbeek en van de Roode Beek liggen haaks op de terrassen. In deze heldere beken komen veel bijzondere flora en fauna voor.

Heide en vennen: De glooiende heidevelden zijn een goed leefgebied voor de adder. Het is de laatste vindplaats van dit reptiel in Limburg. Vandaar dat de adder het logo is van het nationaal park.

Bossen: Urenlang kunt u dolen door de uitgestrekte bossen. Veelal aangeplant om ooit als stuthout te dienen in de mijnen, soms als hakhout gebruikt om vroeger de mensen van stookhout te voorzien.

Weilanden: Het Wolfsplateau en de Vogelkooi zijn twee gebieden met een wijds karakter. Door natuurontwikkeling worden deze gronden omgevormd van weilanden en akkers, naar extensief gebruikte landen, waar de natuur haar plek kan vinden.